Meer (geregistreerde) zedenmisdrijven

nieuws Meer (geregistreerde) zedenmisdrijven

In 2018 registreerde de politie bijna 9000 zedenmisdrijven, tegenover 8400 in 2017 en 7750 in 2015. Dit betekent niet meteen dat er ook meer zedendelicten plaatsvinden. Uit de Veiligheidsmonitoren uit 2017 en 2015 blijkt namelijk dat significant meer slachtoffers van seksueel geweld melding en aangifte doen van wat hen is aangedaan in vergelijking met voorgaande jaren: een zeer positieve trend. In 2017 deed 41% van de slachtoffers van zedenmisdrijven melding bij de politie, en ruim 24% deed ook daadwerkelijk  aangifte. In 2015 maakte minder dan een derde van de slachtoffers melding van het delict en deed slechts 12% ook aangifte. Ondanks de positieve trend blijft de vraag waarom de meerderheid van slachtoffers nog steeds niet meldt wat hen is aangedaan. En wat u hier als professional aan zou kunnen doen.

Schuld en schaamte

Wat is er al bekend over de ervaringen van slachtoffers? Slachtoffers krijgen vaak te maken met victim blaming. Negatieve reacties die suggereren dat het slachtoffer het geweld uitlokte of kon verwachten. Zo is gebleken uit het onderzoek Welk geweld telt? van Atria en Blijf Groep in 2017, en ook ondervonden door ervaringsdeskundige Anke Laterveer. Het slachtoffer wordt zo beschuldigd, niet de dader. Bovendien is de pleger van het misdrijf vaak een bekende van het slachtoffer. Iva Bicanic, klinisch psycholoog en expert op het gebied van seksueel geweld, legt in een interview met Brandpunt uit dat slachtoffers hierdoor een drempel ervaren om te melden: aangifte doen tegen een ‘goede’ bekende kan als verraad voelen.

Daarbij komt dat veel slachtoffers tijdens het misdrijf uit angst verstijven of zelfs mee lijken te werken. Bicanic vertelt dat dit een automatische stressrespons is, die ‘tonic immobility’ wordt genoemd.  Hierdoor kunnen zowel het slachtoffer als haar omgeving haar slachtofferschap in twijfel trekken, omdat er ogenschijnlijk geen sprake was van dwang. Al met al krijgen slachtoffers vaak het gevoel dat de schuld eerder bij hen dan bij de dader ligt. Uit angst voor veroordeling spreken zij er daarom liever niet over.

Mogelijk heeft het aantal meldingen ook te maken met het aangiftebeleid voor verkrachting van de politie. Esther de Kruyf, leider team zedenzaken bij de politie West-Brabant en Zeeland, legt uit dat bij het doen van melding of aangifte een vragenlijst met het slachtoffer wordt doorgelopen. Er wordt vastgesteld of er wel een strafbaar feit is gepleegd en of het slachtoffer, geïnformeerd over hoe de rechtsgang zal verlopen, de rechtszaak wel aan zou kunnen en willen gaan. De Kruyf geeft ook toe dat deze vragenlijst als ontmoedigend kan worden ervaren door slachtoffers. Dit kan komen omdat weer ter discussie staat of ze wel echt slachtoffer zijn. Overigens moet er sprake zijn geweest van dwang door “geweld of een andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid” voordat seksueel geweld strafbaar is: in deze definitie wordt dus het bestaan van tonic immobility nog niet meegenomen.

Wat kunt u hier als professional aan doen?

Act4Respect streeft ernaar om, samen met u als professional, seksueel geweld te voorkomen. Op deze website zijn daarom veelbelovende interventies gericht op seksueel geweld te vinden, waarvan de meeste preventief zijn. Zorgen dat geweld helemaal niet (meer) voorkomt geniet de voorkeur, maar dit bericht laat zien dat er ook aandacht moet zijn voor degenen die al slachtoffer zijn geworden. Zij hebben alle recht om te weten dat de schuld echt niet bij hen ligt. U vindt daarom op Act4Respect ook interventies die toegepast kunnen worden wanneer iemand al slachtoffer is geworden van seksueel geweld.

Verder is het altijd aan te raden zoveel mogelijk te weten te komen over slachtofferschap van seksueel geweld zodat u slachtoffers begripvol te woord kunt staan, of zij nu in uw klaslokaal zitten, patiënt bij uw psychologenpraktijk zijn of bij uw advocatenkantoor aankloppen. Praten over nare ervaringen wordt op deze manier zo gemakkelijk mogelijk voor slachtoffers. Het volledige interview met Iva Bicanic is hier een goed startpunt voor.

Delen:

Reacties