Anke van den Dries

Hoe zet jij je in voor de preventie van gendergerelateerd geweld?

Mijn naam is Anke van den Dries en ik ben werkzaam als sociaal werker bij de afdeling Prostitutie Maatschappelijk werk, binnen het Expertisecentrum Seksualiteit, Sekswerk en Mensenhandel van Stichting Humanitas in Rotterdam. Naast de ondersteuning daar aan sekswerkers verzorg ik als freelancer trainingen en educatie en deed ik onderzoek naar de impact van het werken met sekswerkers op de eigen seksualiteit en intieme relaties van hulpverleners. In al deze hoedanigheden ben ik alert op eventueel voorkomen van gendergerelateerd geweld en voorkómen hiervan. Onder andere #metoo heeft weer laten zien hoe belangrijk het is om oog te hebben voor de veiligheid van in het bijzonder vrouwen, meisjes en LHBT+-ers. In mijn praktijk als sociaal werker kom ik helaas veel en veel te vaak jonge mensen tegen die te maken krijgen met gendergerelateerd en/of seksueel geweld, online of offline.

Welke tips heb je voor professionals?

We hebben het vaak over de seksuele revolutie en doen soms alsof alles nu open en vrij is, maar de realiteit is dat seksualiteit en genderverschillen nog altijd beladen onderwerpen zijn. Allereerst is het, denk ik, belangrijk om als sociale professional onderwerpen rondom seksualiteit, seksuele diversiteit en gender diversiteit überhaupt bespreekbaar te durven maken, in de mond te durven nemen. We weten dat wanneer een hulp- of zorgverlener hier zelf niet over begint, dat een cliënt deze meestal ook niet op tafel zal leggen en zich daar ook niet vrij en veilig genoeg voor zal voelen wanneer er een probleem speelt. Maak het dus, op verschillende momenten van je contact met je doelgroep, een vanzelfsprekend onderwerp. Een voorwaarde is wel dat je zelf ook stil staat bij je eigen waarden, normen en gevoelens ten opzicht van deze onderwerpen en ervoor zorgt dat deze een open en onbevooroordeelde benadering van je doelgroep niet in de weg staan. Ik zou je de suggestie willen doen daarbij in het bijzonder te letten op je eigen visie ten opzichte van de nog altijd geldende dubbele seksuele norm en het binaire genderdenken. En last but not least: ik vind het heel belangrijk dat je, zeker wanneer je contact hebt met jongeren, hen niet alleen waarschuwt voor geweld en alert bent op mogelijke onveiligheid maar dat je ook ruimte maakt voor stimulering van positieve seksualiteit en zo ook ruimte geeft voor het groeien van vertrouwen, voor seksuele gezondheid en weerbaarheid.

Als dit onderwerp nog nieuw is voor een professional, wat is dan het eerste wat zij/hij kan doen om hiermee aan de slag te gaan?

Ik gaf eerder aan dat ‘de koe bij de horens pakken’ – niet om de topics seksualiteit en gender heendraaien maar ze onderwerp van gesprek maken met je doelgroep – heel belangrijk is voordat je ook maar kunt spreken van preventie van geweld. Maar ik snap ook goed dat dat spannend kan zijn. Ik vind het te kort door de bocht om te zeggen “een goede sociale professional moet vandaag de dag seks gewoon onderwerp van gesprek maken met diens doelgroep”. Daarmee wordt te makkelijk heen gestapt over mogelijke handelingsverlegenheid die individuele professionals hierbij kunnen ervaren. Merk je dat je spanning ervaart bij het onderwerp (of dat nu conflict-spanning of opwindende spanning is), ben hier dan vooral eerlijk in naar jezelf en kijk hoe je hier middels reflectie en het zoeken van (collegiale) steun aan kunt werken. Verdiep je ook in perspectieven van vrouwen/meisjes en LHBT+-ers (en andere diversiteit daarbinnen en omheen), zeker waar deze anders is dan je eigen perspectief en ervaring: Google is your best friend, er is zoveel te vinden. Want reken maar dat wanneer je die spanning voelt en hier niet mee dealt, dat de ander dit ook zal voelen en dit een blokkade zal vormen voor een open gesprek. Dat is zeker zo binnen professies zoals het sociaal werk die zo sterk leunen op de relationele interactie met een client. Ik vind het heel belangrijk dat er zorgvuldige (letterlijk: gevuld met zorg) aandacht is voor je eigen ideeën, gevoelens en houding ten opzichte van seksualiteit en gender en ik geloof dat dit een enorme sprong zal geven in de reductie van eventuele handelingsverlegenheid: verwacht dit ook van je werkgever en je team. Sta stil bij hoe je werk je raakt in jouw eigen seksualiteit en genderoriëntatie: uit mijn onderzoek blijkt dat, hoewel sociale professionals daar onderling niet altijd over praten, dat zulke invloeden zeker wel veelvuldig voorkomen (en dat het zowel om positieve als negatieve invloeden kan gaan). Een concrete tip die ik je verder wil geven wanneer dit nog nieuw is, is om het model van de ‘genderbread person’ (heel makkelijk te googelen) er eens bij te pakken en deze voor jezelf in te vullen. Vraag je ook af: is dit altijd hetzelfde geweest in mijn leven of zijn daar dingen in opgeschoven? Als volgende stap zou je dat ook eens samen in je team met collega’s kunnen doen. En vergeet vooral ook niet, wanneer je deze onderwerpen nog wat lastig mocht vinden om te bespreken: oefening baart zeker ook kunst!

Anke van den Dries