Sabine Meulenbeld: positieve seksualiteit helpt iedereen

interview sabine meulenbeld

Sabine Meulenbeld is hulpverlener bij Pretty Woman Utrecht en zelfstandig gevestigd therapeut. Zij ondersteunt en begeleidt – voornamelijk vrouwelijke – slachtoffers van seksueel geweld. Ook geeft zij voorlichting op scholen en andere jeugdinstellingen. De fundering voor haar werk is positieve seksualiteit.

Positieve seksualiteit staat in contrast tot het meer gangbare risicomodel van seksualiteit, waarin de nadruk ligt op het voorkomen van allerlei gevaren: van seksueel geweld tot soa’s en ongewenste zwangerschappen. Het is gebaseerd op het bevorderen van iets, namelijk plezier in seksualiteit, van “positieve, liefdevolle, fijne, sappige ervaringen,” zegt Sabine lachend. Bij haar hoeft seksualiteit geen bloedserieuze aangelegenheid te zijn. Positieve seksualiteit is geen vervanging van het risicomodel, verheldert zij. Beide perspectieven kunnen het best naast elkaar bestaan en elkaar aanvullen.

Plezier, genot en consent

Positieve seksualiteit brengt de focus op plezier en genot terug in ons begrip van seksualiteit. Dit komt discussies en educatie rondom seksualiteit voor iedereen ten goede. In het bijzonder als het gaat om toestemming voor seksuele handelingen (consent). Door sociale druk kunnen jongeren in sommige situaties over hun grenzen gaan, omdat zij misschien eerder andere intimiteiten wel leuk vonden. “Dat is wat we echt, vooral vrouwen, leren. Wie A zegt, moet B zeggen.” Door het eigen plezier centraal te stellen in seksualiteit, wordt het logischer dat je gewoon kan stoppen als je het niet meer leuk vindt.

Meulenbeld brengt deze boodschap vaak op een tastbare manier over door een oefening. “Het is best een heftige oefening,” vult ze aan. Daarom doet ze de oefening ook alleen als ze voelt dat de sfeer in de groep er veilig genoeg voor is. De aanwezigen moeten met hun ogen dicht in een kring staan en een geheim in hun hoofd nemen. Het mag een seksueel geheim zijn. Met hakken aan – “dat heb ik dan natuurlijk zo geregeld,” – loopt ze hoorbaar om de kring heen. Ze zegt dat ze twee mensen aan zal tikken (wat ze in werkelijkheid niet doet), die aan het eind hun geheim moeten delen met de groep. Zij herinnert hen eraan dat ze van tevoren allemaal met de oefening hebben ingestemd. Dan staan de leerlingen voor het blok: hadden ze nou echt hun geheim moeten delen? Maar het gaat erom dat wie A zegt, helemaal geen B hoeft te zeggen; als iets niet meer leuk is, mag je ervan af zien.

Seksuele autonomie

Vooral voor (jonge) vrouwen valt er veel te behalen wat betreft het aangeven van wensen, blijkt uit recent onderzoek van Peggy Emmerink. In Nederland wordt de moraal, dat mannen seksueel actief en assertief moeten zijn en vrouwen seksueel terughoudend, door veel mensen (on)bewust aangehangen. Nu is bewezen dat het aanhangen van die moraal voor vrouwen leidt tot verminderde seksuele autonomie (het vermogen je eigen wensen én grenzen aan te geven). Dit is een belangrijke risicofactor voor seksueel geweld.

Cultuur heeft dus een grote invloed op de seksuele autonomie, maar zo ook religie. Algemeen geldt: “Als er regels zijn opgelegd, en je te weinig speelruimte hebt gekregen om je eigen gevoelskompas te ontwikkelen, dan is dat een risicofactor.” Je eigen wensen in seksualiteit kennen en aangeven is altijd belangrijk. Seks is iets plezierigs, niet iets wat verduurd moet worden, stelt Meulenbeld. “Wat vrouwen natuurlijk toch wel een beetje kunnen: verduren,” verzucht ze.

Seksualiteit, een intimiderend onderwerp

Omdat hulpverleners vaak niet over seks en plezier durven te praten, kan preventie soms geen kans krijgen. En dat terwijl seksualiteit volgens Meulenbeld niet een intimiderend onderwerp zou moeten zijn. “Seksualiteit is net als eten, of onderdak. Het is gewoon een heel belangrijk onderdeel van je dagelijks leven.” Hulpverleners geven toch eerder de boodschap waar zij zich zelf meer comfortabel bij voelen, en dat zou soms ook anders kunnen. De hulpzoekende kan meer vrij gelaten worden in het maken van eigen keuzes wat betreft seksuele expressie. Al blijven risico’s reëel.

Werken vanuit het risicomodel is daarmee ook niet verkeerd. Uiteindelijk is de respons die een professional kan geven afhankelijk van de context waarin hij of zij werkt. “Met name leraren. Zij zien de jongeren iedere dag, maar aan hen wordt niet zo veel aangeboden. Dus hoe kan je reageren [op een gevaarlijke situatie] als niemand je heeft gezegd, zo zou je ook kunnen reageren, vanuit informatie, maar ook vanuit je hart, vanuit liefde, en vanuit eigenheid – nou, geef het ze maar te doen.” nuanceert Sabine.

Hulpverlening slachtoffers

Positieve seksualiteit kan slachtoffers van seksueel geweld helpen door hen als het ware een nieuw ijkpunt voor seksualiteit te bieden. Als seksuele grensoverschrijding één van de eerste ervaringen was, of als zich een PTSS heeft ontwikkeld, is de kans op revictimisatie groot. Grensoverschrijding is dan het ijkpunt dat het slachtoffer heeft. Daardoor kunnen slachtoffers situaties waarin hun grenzen weer worden overschreden op gaan zoeken.

Dat is absoluut niet omdat ze dom zijn, zegt Meulenbeld met klem, maar omdat de menselijke psyche nu eenmaal zo op trauma reageert. Het is dan belangrijk om plezier (weer) centraal te stellen in seksualiteit. Als een cliënt – in een hypothetisch geval – aan Meulenbeld vertelt dat ze in één weekend met vier mannen is geweest, is de eerste vraag die zij krijgt: vond je het fijn? “Eigenlijk zeg ik dan impliciet tegen haar: bij vrijen, of seks, hoort dat het fijn is.” Zo kan seksuele autonomie (weer) opgebouwd worden.

Interview: Clarissa van der Meer

Delen:

Reacties