‘Ben je verkracht, bel anoniem 118’

interview ‘Ben je verkracht, bel anoniem 118’

Bij berichtgeving in de media over seksueel misbruik hoort ook een verwijzing naar een 24/7 hulplijn en het alarmnummer van de politie te staan. Dat stelden Iva Bicanic, hoofd Centrum Seksueel Geweld, en Bertho Nieboer, gynaecoloog en hoofdredacteur Medisch Contact onlangs. Pretty Woman-hulpverlener Paulette van Gils geeft haar visie op dit standpunt, vertelt over de hulplijn én het belang van anonimiteit.

Vermijdingstactiek

Bicanic en Nieboer vinden dat berichten in de media over seksueel misbruik sommige slachtoffers ernstig in de war brengen. De berichtgeving is vaak zo uitgebreid en indringend dat slachtoffers dergelijke berichten niet meer kunnen vermijden. De #MeToo-beweging draagt hieraan bij. Bicanic geeft aan dat veel slachtoffers vermijding van het onderwerp juíst als strategie hanteren, om zo een herinnering aan het misbruik te voorkomen. Een confrontatie met hun misbruikherinneringen kan leiden tot angst, stress en oncontroleerbare herbelevingen.

Bicanic en Nieboer pleiten voor een hulplijn die 24 uur per dag bereikbaar is, met als boodschap: ‘Ben je verkracht, bel 118.’

De huidige berichtgeving in de media over seksueel misbruik triggert dit en ontregelt hun vermijdingstactiek. Net zoals het nationale telefoonnummer 113 van Zelfmoordpreventie, moet er hierom ook een hulplijn komen voor Zedendelicten. Bicanic en Nieboer pleiten voor een hulplijn die 24 uur per dag bereikbaar is, met als boodschap: ‘Ben je verkracht, bel 118.’ Via het telefoonnummer kunnen melders direct worden doorverwezen naar specialistische hulp. Op deze manier wordt er erkend dat dergelijke berichten slachtoffers en hun naasten kunnen raken. Bovendien weten slachtoffers van seksueel misbruik zo de weg naar hulpverlening gemakkelijker te vinden, aldus Bicanic en Nieboer.

Wat is precies het belang van de 118-hulplijn?

Paulette van Gils: “Het verlaagt de drempel naar het zoeken van hulp. Jongeren hanteren ook zo’n vermijdingstactiek waar Bicanic over spreekt en stellen het praten over hun misbruikervaringen zo lang mogelijk uit. Dit komt vaak voort uit schuldgevoelens en schaamte – ‘dan had ik maar niet met die jongen mee moeten gaan’ – en uit de angst voor wat anderen ervan zouden vinden. Daarnaast willen jongeren het gevoel van onmacht en verdriet zoveel mogelijk vermijden en gaan daardoor de problemen uit de weg. Dit speelt bij veel slachtoffers van seksueel geweld, maar wij zien dat jongeren vaak nog minder in staat zijn om emoties die gepaard gaan met de misbruikervaring te kunnen hanteren en minder overzicht hebben over hoe en bij wie zij om hulp kunnen vragen. Wel wil ik benadrukken dat of je nou volwassen of jong bent, het is een zeer complexe gebeurtenis om mee om te gaan en om ten gunste van jezelf te handelen.

Voor jongeren die slachtoffer zijn van seksueel geweld lijken de verhalen die naar voren komen in bijvoorbeeld de #MeToo-beweging wel wat verder van ze af te staan. Het zijn namelijk grotendeels verhalen over personen uit de showbusiness, terwijl jongeren veel meer bezig zijn met hun eigen wereld. Ze hebben vragen als: Wat vinden mijn vrienden en mijn ouders van mij? Wat vind jij als hulpverlener van mij nu ik je dit vertel?

Voor jongeren die slachtoffer zijn van seksueel geweld lijken de verhalen die naar voren komen in bijvoorbeeld de #MeToo-beweging wel wat verder van ze af te staan.

In sommige gevallen kan de impact van berichtgeving over seksueel misbruik zelfs fataal zijn. Bicanic spreekt over twee gevallen waarin er om deze reden suïcide is gepleegd. Ook ik zie in de praktijk dat misbruikervaringen vaak leiden tot de ontwikkeling van zelfmoordgedachten en soms zelfs zelfmoordpogingen. Dit moet voorkomen worden en de hulplijn 118 zou de drempel naar het zoeken van hulpverlening dan ook enorm kunnen verlagen.

Op seksueel misbruik berust nog een groot taboe, maar als er een telefoonnummer komt waar je naartoe kan bellen, in alle anonimiteit je verhaal kan voorleggen en je goed wordt geïnformeerd en doorverwezen naar passende hulpverlening, dan heeft zo’n hulplijn echt een meerwaarde.”

Waarom kan zo’n hulplijn voor jongeren drempelverlagend werken?

“De hulplijn kan voor jongeren veel betekenen. Seksueel geweld kent altijd een taboe en gaat vaak gepaard met gevoelens van schaamte, maar meestal kennen jongeren de weg niet naar voor hen geschikte hulpverlening. Zeker jongeren onder de zestien ervaren een drempel om aan te kloppen bij hulpverlening, omdat ze zich ervan bewust zijn dat hun ouders ingelicht moeten worden. De 118-hulplijn kan juist drempelverlagend werken en sluit bovendien goed aan bij de leefwereld van jongeren. Zeker als er een chatfunctie bij zou komen, iets dat echt aansluit bij de manier waarop veel jongeren communiceren. Wanneer slachtoffers goed geïnformeerd worden over de diverse vormen van hulpverlening, raken ze waarschijnlijk ook wel gemotiveerder om de stap naar verwerking en herstel te zetten.

Vroeger had je de kindertelefoon. Als kind en puber wist je dat het bestond – het werd op veel plekken bekend gemaakt – en dat je daar terecht kon. Het Zelfmoordpreventienummer 113 wordt ook gebeld door jongeren en ze wenden zich tot de chatfuncties van organisaties zoals FIER FRYSLAN of SENSE. We weten dus dat jongeren gebruik maken van deze vorm van hulpverlening en dat er behoefte aan is. Ik geloof daarom dat hulplijn 118 echt zou werken. Het is wel van belang dat er bij een verwijzing naar de hulplijn benadrukt wordt dat melders anoniem kunnen blijven.”

Het is wel van belang dat er bij een verwijzing naar de hulplijn benadrukt wordt dat melders anoniem kunnen blijven.

Is het een taak van de media om voorlichting te geven en om door te verwijzen?

“De hoofdredacteur van de NOS geeft aan dat de NOS een journalistiek medium is en niet aan voorlichting doet. Alleen bij berichtgeving over suïcide verwijzen ze naar de hulplijn 113. Ik begrijp het dilemma van de media wel, want waar trek je die grens? Er wordt verwezen naar de hulplijn 113, omdat het gaat over leven en dood. Alleen, zoals Bicanic al aangaf, zijn er ook slachtoffers van seksueel misbruik die uiteindelijk zelfmoord plegen. Dit kan dus eveneens een kwestie van leven of dood zijn. Daarnaast vind ik dat als je als medium zoveel aandacht geeft aan seksueel misbruik – #MeToo-verhalen, seksueel misbruik in de kerk, etc. – je ook kan verwijzen naar een hulplijn voor seksueel misbruik, gezien de impact die deze berichtgeving kan hebben. Kortom, het is goed dat er veel berichtgeving is over seksueel misbruik in de media, maar de manier waarop vergt veel sensitiviteit en aandacht en moet altijd voorzien zijn van correcte informatie.”

Kan de hulplijn voor jongens en meisjes even effectief werken?

“Wat ik tegenkom in de praktijk is dat zowel meisjes als jongens slachtoffer kunnen zijn van seksueel geweld, maar ook plegers. Het kan vele vormen aannemen. Binnen hetzelfde gender komt seksueel geweld eveneens voor. Jongens en meisjes gaan over het algemeen verschillend om met hetgeen ze is aangedaan. Zo beschouwen jongens zichzelf minder vaak als slachtoffer: als jongen ben je sterk en stel je je niet kwetsbaar op. Stereotypen spelen een grote rol. Het is dan ook belangrijk dat hulpverleners een gendersensitieve benadering hanteren.

Ik durf dan ook voorzichtig te stellen dat een 118-hulplijn voor jongens misschien nog wel meer drempels verlaagt dan voor meisjes.

We sluiten aan bij het (verschillende) taalgebruik van de jongeren en bij de, dikwijls door maatschappelijke stereotypes ingegeven, belevingswereld van jongeren. Uiteindelijk werken we natuurlijk wel toe naar een situatie waarin een jongen bijvoorbeeld ook durft en mag zeggen dat hij slachtoffer is.

Ik durf dan ook voorzichtig te stellen dat een 118-hulplijn voor jongens misschien nog wel meer drempels verlaagt dan voor meisjes, met name omdat ze in alle anonimiteit hun verhaal kwijt kunnen. Hoe dan ook zou het voor beide doelgroepen heel erg helpen om het taboe te mogen doorbreken rondom hun eigen verhaal.”

Initiatiefnemers Bicanic en Nieboer vinden dus dat berichtgeving gerelateerd aan seksueel misbruik altijd voorzien moet zijn van een verwijzing naar een 24/7 hulplijn en het nummer van de politie. Paulette van Gils raadt aanvullend expliciet aan om ook te vermelden dat de hulplijn volledig anoniem gebeld kan worden. Het feit dat media niet staan te springen om het initiatief van Bicanic en Nieboer op te volgen, bevestigt volgens hen dat slachtoffers van seksueel misbruik nog altijd niet als zodanig worden erkend.

Over Paulette van Gils

Paulette van Gils is hulpverlener bij Pretty Woman Utrecht en geeft voorlichting op middelbare scholen over de sociaalemotionele kant van seksualiteit. Ook draagt zij bij aan deskundigheidsbevordering op het gebied van seksualiteit aan professionals binnen het jeugdveld. Daarnaast doceert zij op verschillende HBO’s over loverboyproblematiek. Paulette legt vanuit haar perspectief en ervaring uit waarom de 118-hulplijn specifiek van belang kan zijn voor jongeren die slachtoffer zijn (of pleger) van seksueel misbruik.

Voor meer informatie over seksueel misbruik of voor professionele hulp, ga naar https://www.centrumseksueelgeweld.nl/. Het telefoonnummer 0800 01880 verwijst je direct door naar passende hulpverlening, of bel het alarmnummer 112 van de politie. Dit kan op volledig anonieme wijze.

Door: Kira Esparbé Gasca

Delen:

Reacties

Gerelateerde artikelen